rss

Belasting begraafplaatsen

UITTREKSEL UIT DE NOTULEN VAN DE GEMEENTERAAD VAN

9180 MOERBEKE.

Openbare zitting van 3 maart 2011.

Tegenwoordig:

F. Marin, Burgemeester-voorzitter;

M. Fruytier – T. Walbrecht – P. De Bock – D. Adriaensen, schepenen;

R. Van Megroot, OCMW-voorzitter;

G. Thierens – D. Vervaet - E. Verschraegen – R. De Caluwe – E. De Schepper – I. Mertens – F. Dierinck - E. Coupé – W. Coupé - A. De Winne – K. Mertens, raadsleden;

B. Put, Secretaris.

Verontschuldigd:

L. van De Vijver, raadslid.

BELASTINGReglement op de Begraafplaatsen.

De Gemeenteraad,

Gelet op het gemeentedecreet, meer bepaald de artikelen 42, 43 en 182;

Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenbeslechting van provincie- en gemeentebelastingen;

Gelet op de omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 betreffende het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenbeslechting van provincie- en gemeentebelastingen;

Gelet op ons besluit van heden houdende vaststelling van een nieuw reglement op de begraafplaatsen;

Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 23 december 2008 waarbij voor een termijn eindigend op 31 december 2013 een belasting wordt vastgesteld op de ontgravingen;

Overwegende dat dit belastingreglement dient uitgebreid te worden ingevolge de goedkeuring van het huidig reglement op de begraafplaatsen;

Besluit unaniem:

Art. 1.

Er wordt voor een termijn, ingaande op 1 april 2011 en eindigend 31 december 2013, een contant te betalen belasting geheven op de begraafplaatsen.

Art. 2.

Volgende tarieven worden vastgesteld:

- Ontgravingen uit volle grond: € 250;

- Ontgraving van een urne: € 75;

- Verplaatsing van een urne: € 75;

- Voor het verstrooien van de as van de overledene, vreemd aan de gemeente: € 150;

- Het afleveren en plaatsen van naamplaatjes: € 30;

- Het bijzetten in een nis (=afsluitplaat): € 85;

- Urnenbegraafplaaats (deksteen): € 85.

Deze belasting is niet verschuldigd voor het bijzetten in een nis of de begraving in het urnenveld waarvoor een concessie wordt verleend en voor oorlogslachtoffers gestorven in dienst van het vaderland.

Art. 3.

De belasting is niet verschuldigd:

- Voor de opgravingen en de verplaatsingen door de gerechtelijke overheid bevolen;

- Voor de opgravingen en de verplaatsingen die zouden geschieden tengevolge van de verandering van de bestemming van de 
  begraafplaats of het columbarium;

- Voor de opgravingen en de verplaatsingen van oorlogsslachtoffers gestorven in dienst van het vaderland. 

Art. 4.   

De contant te betalen belasting is verschuldigd door de aanvrager. Zijn er meerdere aanvragers dan zijn ze in solidum en solidair aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

Art. 5.

Om de toepassing van de belastingverordening te kunnen controleren of onderzoeken worden de personeelsleden, daartoe aangesteld door het college van burgemeester en schepenen, gemachtigd alle fiscale onderzoeksbevoegdheden uit te voeren die krachtens artikel 11 van het decreet van 30 mei 2008 van toepassing vinden op het vlak van de gemeentebelastingen. Specifiek inzake de controle en het onderzoek van boeken en bescheiden die noodzakelijk zijn voor de vestiging van de belasting, is iedereen die over dergelijke boeken of bescheiden beschikt, verplicht deze zonder verplaatsing voor te leggen op ieder verzoek van deze personeelsleden. Deze personeelsleden zullen zich legitimeren via het aanstellingsbesluit en/of legitimatiebewijs.
Iedereen is verplicht aan deze personeelsleden vrije toegang te verlenen tot de al dan niet bebouwde onroerende goederen die een belastbaar element kunnen vormen of bevatten of waar een belastbare activiteit wordt uitgeoefend. Om de belastingplicht te kunnen bepalen of de grondslag van de belasting te kunnen controleren of onderzoeken, moet aan die personeelsleden de mogelijkheid geboden worden vaststellingen te doen.

Art. 6.

De belasting wordt ingevorderd door voorafgaandelijke contante betaling tegen afgifte van een betalingsbewijs. Bij gebrek aan betaling wordt deze contante belasting van ambtswege ingekohierd en moet de kohierbelasting betaald worden binnen de 2 maand na toezending van het aanslagbiljet. Bij laattijdige betaling wordt, in toepassing van art. 4 van de invorderingsprocedure fiscale en niet fiscale ontvangsten, het te betalen bedrag verhoogd met de portkosten.

Art. 7.

Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en artikelen 126 tot en met 175 van het uitvoeringsbesluit van dat wetboek van toepassing op de provincie- en gemeentebelastingen, voor zover ze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.

Art. 8.

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een contante betaling een bezwaarschrift indienen bij college van burgemeester en schepenen die handelt als bevoegde administratieve overheid.
Het bezwaarschrift tegen de contantbelasting moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum van de contante inning.
Het bezwaarschrift tegen de kohierbelasting moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Van het bezwaarschrift wordt binnen de 15 dagen na ontvangst een schriftelijke ontvangstmelding gestuurd zowel aan de belastingschuldige en in voorkomend geval zijn vertegenwoordiger en aan de financieel beheerder.
Enkel als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in het bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting. In voorkomend geval deelt het schepencollege aan de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger ten minste vijftien kalenderdagen voor de dag van de hoorzitting de datum, uur en plaats van de hoorzitting mee waarop het bezwaarschrift behandeld zal worden, evenals de dagen, uren en plaats waarop het dossier geraadpleegd zal kunnen worden.
De aanwezigheid op de hoorzitting moet door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger aan het schepencollege schriftelijk of via duurzame drager worden bevestigd ten minste zeven kalenderdagen vóór de dag van de hoorzitting. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger wordt gehoord door het college van burgemeester en schepenen.
De bevoegde overheid doet binnen een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het bezwaarschrift, uitspraak op basis van een met redenen omklede beslissing. Die termijn van zes maanden wordt met drie maanden verlengd als de betwiste aanslag ambtshalve werd gevestigd.
De beslissing van de bevoegde overheid wordt met een aangetekende brief betekend aan de belastingschuldige, en in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en wordt tevens ter kennis gebracht aan de financieel beheerder. Deze aangetekende brief vermeldt de instantie waarbij een beroep kan worden ingesteld evenals de ter zake geldende termijn en vormen. De beslissing van de bevoegde overheid is onherroepelijk wanneer het beroep niet tijdig bij de bevoegde instantie is ingesteld.

Art. 9.

Dit reglement wordt van kracht per 1 april 2011.

Art. 10.

Een voor eensluidend verklaard afschrift van dit besluit zal bezorgd worden aan de Gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen.

Namens de gemeenteraad,

De Secretaris,                                                            De Burgemeester-Voorzitter,

Get. B. Put                                                                 Get. F. Marin

Voor eensluidend uittreksel,

9180 MOERBEKE, 10 maart 2011.

De Secretaris,                                                            De Burgemeester,